Vijf lessen uit de Portugese EK-winst

Een klein landje aan zee – met nog geen twintig miljoen inwoners – is Europees Kampioen geworden. Een selectie waarvan de enige sterspeler een aanvaller van boven de dertig is, heeft vriend en vijand verbaasd. Zelfs het vroeg uitvallen van de vedette in een sleutelwedstrijd is niet fataal gebleken.

Deze introductie gaat uiteraard niet over Nederland, maar over Portugal. Vijf lessen die getrokken kunnen worden uit het onverwachte succes van A Seleção das Quinas

De Portugese bondscoach Fernando Santos.

De Portugese bondscoach Fernando Santos.

Les 1: Durf doelen te stellen

Iedere opzienbarende sportprestatie begint met een onredelijke ambitie. De Portugese bondscoach Fernando Santos heeft dat als geen ander begrepen. Hoewel hij op papier zeker niet over de sterkste selectie van Europa beschikt, roept hij al meer dan een jaar dat de EK-winst het enige doel is voor Portugal. Door dit mikpunt openlijk te benoemen, heeft Santos zich automatisch verplicht om alles in het werk te stellen om op de gewenste bestemming te arriveren. Niemand vindt het namelijk leuk om voor gek verklaard te worden.

[blendlebutton]

Door de woorden van Santos is vanaf de eerste dag duidelijk geweest waarom Portugal in Frankrijk was: om te winnen. Dit heeft zich vertaald naar het veld, waar Portugal zich keer op keer heeft aangepast om de kracht van de tegenstander te neutraliseren. Dat dit geen attractief schouwspel oplevert, zal Santos een rotzorg zijn. ‘Laten we morgen weer onverdiend winnen en met die trofee van het veld lopen’, aldus een breedlachende Santos op de persconferentie voor de met 1-0 gewonnen finale.

Les 2: Leid goede spelers op

Hoewel Portugal slechts tien miljoen inwoners heeft, produceert het structureel topvoetballers. Vooral de opleiding van Sporting Lissabon boekt opmerkelijke successen. Liefst acht van de elf basisspelers in de finale hebben hun eerste stappen in het profvoetbal gezet bij Les Leões. Sporting focust zich in de opleiding op het ontwikkelen van balgevoel en het verbeteren van beslissingen. Pas als spelers rond hun vijftiende de basistechniek onder de knie hebben, wordt gericht gewerkt aan tactische en fysieke eigenschappen. Daarnaast worden talenten ondersteund door psychologen en worden aan de schoolprestaties hoge eisen gesteld. Dankzij deze methode stromen bij Sporting consequent spelers door die alle aspecten van het voetbalspel beheersen: tactiek, techniek, fysiek en mentaal.

Ook de kraamkamer van Benfica heeft de afgelopen jaren grote stappen voorwaarts gemaakt. Via het ‘Benfica lab’ krijgen spelers daar een opleiding op maat. Net als in Nederland hebben talenten bovendien de kans om bij een B-elftal te rijpen op het tweede Portugese niveau, waar de reserveteams van FC Porto, Sporting en Benfica spelen. Renato Sanches (18) is bijvoorbeeld op zeventienjarige leeftijd al doorgeschoven naar deze competitie, waardoor hij in de luwte heeft kunnen wennen aan de eisen van het profvoetbal.

Les 3: Reik coaches een denkkader aan

De invloedrijkste denker in het huidige Portugese voetbal is geen prominente ex-voetballer, maar een professor. Victor Frade heeft met zijn tactische periodisering een denkstructuur ontwikkeld voor trainers. Op basis van relevante uitgangspunten, zoals het beschikbare spelersmateriaal, formuleren Portugese coaches hun gewenste speelstijl voor de vier fases in een voetbalwedstrijd:  aanvallen, verdedigen, omschakelen van aanvallen naar verdedigen en omschakelen van verdedigen naar aanvallen. Dit wordt vervolgens vertaald naar afspraken, zowel voor het hele team als binnen specifieke linies. Simpelweg roepen dat je staat voor ‘aanvallend en creatief voetbal, gebaseerd op inzicht, technische vaardigheid en tactische intelligentie, bij voorkeur gespeeld in een herkenbaar 1-4-3-3-systeem’ wordt in Portugal niet langer geaccepteerd. Deze beschrijving is namelijk niet specifiek, niet toegepast is op de vier fases in een duel en bevat geen spelprincipes. In Nederland is dezelfde quote een onderdeel van het rapport dat het voetbal moet gaan redden.

Door het creëren van een helder denkkader is het profiel van Portugese managers totaal veranderd. José Mourinho is het nieuwe prototype van een trainer: geen succesvolle ex-voetballer, maar een student van het spel. Intellectuele capaciteiten en het vermogen om ideeën duidelijk te communiceren worden op Portugese coachingsopleidingen meer gewaardeerd dan de vaardigheid om goed tegen een bal te trappen. In Duitsland is een soortgelijke ontwikkeling zichtbaar. Gevolg van deze evolutie in Portugal is dat iedere oefenmeester daar een duidelijke spelidee heeft en dat iedere training gericht is op het inslijpen hiervan.

Les 4: Ontwerp een realistische speelwijze

Het falen van België op dit toernooi heeft aangetoond wat er gebeurt als een talentvolle spelersgroep wordt overgeleverd aan een bondscoach zonder plan. Fernando Santos heeft juist vanaf de eerste dag een duidelijke richting bepaald. Bij een nationale ploeg is er weinig tijd om te trainen en verdedigen is makkelijker dan aanvallen, dus heeft Santos allereerst een stabiele defensieve organisatie neergezet. Door 4-4-2 te spelen in een ruit heeft Portugal altijd veel spelers in de as staan, zodat de gevaarlijkste zones in het veld afgeschermd worden. Per tegenstander zijn vervolgens kleine aanpassingen gemaakt om de angel uit het spel te halen. Tegen Frankrijk is er bijvoorbeeld voor gekozen om na de wissel van Cristiano Ronaldo 4-1-4-1 te gaan spelen, aangezien de oorspronkelijke ruit geen grip kreeg op het bewegelijke Franse middenveld. Na de formatiewissel bleven de afspraken – mandekking in zone – hetzelfde, maar was de organisatie beter.

De tactische omzetting van Fernando Santos in de finale.

Santos is zo verstandig geweest om een plan te ontwerpen dat past bij zijn materiaal. De 61-jarige bondscoach heeft niet de beschikking over een topspits. Zijn beste aanvallers – Nani, Ricardo Quaresma en Cristiano Ronaldo – staan bij voorkeur op de vleugel, maar komen niet in hun kracht als ze achter een back aan moeten rennen. Door Nani en Ronaldo in een tweemansvoorhoede veel bewegingsvrijheid te geven, is dit probleem opgelost. Bovendien heeft dit de offensieve backs de kans gegeven om de hele flank te bestrijken. De extra middenvelder zorgt ervoor dat Portugal altijd in balans blijft. Op realistische wijze het maximale halen uit het aanwezige materiaal is een kunst.

Les 5: Oogst je geluk

Een eindtoernooi wordt lang niet altijd gewonnen door de beste ploeg. Voetbal is een sport waarin weinig gescoord wordt en dus kunnen incidenten grote gevolgen hebben. Denk bijvoorbeeld aan Duitsland, dat twee keer in de problemen is gekomen door een volkomen onnodige handsbal. In de groepsfase heeft Portugal ook te maken gehad met dit soort tegenslagen. Zelf de ene na de andere kans missen en dan tegenstanders raak zien schieten uit alle hoeken en standen. Na de derde remise op rij heeft het toernooi van Portugal een bizarre wending gekregen door een doelpunt van IJslander Árnor Traustason. Door zijn treffer in de 94ste minuut is Portugal in de gunstige kant van het speelschema gekomen, met de uiteindelijke titel tot gevolg.

De voornaamste verdienste van dit Portugal is dat het voor zichzelf de voorwaarden gecreëerd heeft om gelukkig te kunnen zijn. Wervelend is het voetbal niet geweest, maar de ploeg van Santos is ook nooit door het ijs gezakt. Dat is het tastbare resultaat van het scheppen van duidelijkheid. Iedere speler bij Portugal kent zijn taak en voert die uit. Dit brengt stabiliteit in prestaties, waarmee Santos een aloude voetbalwet heeft herschreven. Kampioen word je niet door je slechte wedstrijden te winnen, maar door slechte wedstrijden te voorkomen. Zeven degelijke duels kunnen immers voldoende zijn om je geluk te oogsten. [/blendlebutton]

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter