Dit is wat België Wilmots kwalijk kan nemen

De woorden van Thibaut Courtois na afloop van de wedstrijd tegen Wales waren vernietigend: “We speelden met dezelfde tactiek als tegen Italië en weer ging hetzelfde fout. Ik ben heel teleurgesteld.” Kevin De Bruyne deed er nog een schep bovenop: “Uiteindelijk is het de coach die de beslissingen neemt en die beslist hoe we spelen.” De opmerkingen van Courtois en De Bruyne waren publiekelijke muiterij zoals je niet vaak meer ziet in het topvoetbal. Maar hun kritiek aan bondscoach Marc Wilmots is niet onterecht: het is zijn verantwoordelijkheid het Belgische elftal tactisch goed neer te zetten. En juist daar ging er een hoop mis bij België.

Open huis

Een groot probleem was het gebrek aan compactheid wanneer België de bal niet had. Compact spelen betekent dat je de ruimtes klein maakt, zodat spelers van de tegenstander sneller moeten handelen om door de linies te breken. Het is immers lastiger om de juiste keuzes te maken als je weinig ruimte hebt. De ruimtes klein houden, hoeft niet te betekenen dat je je massaal ingraaft op eigen helft. De teams van Roger Schmidt zijn bijvoorbeeld meesters in het klein maken van de ruimtes, maar dat doen ze juist door massaal druk te zetten naar voren.

Het Belgische elftal liet steeds zeeën met ruimtes voor spelers van de tegenstanders. Dat wordt duidelijk als we de tweede goal van Wales terugkijken. Witsel, een van de controlerende middenvelders, staat nog bij de middellijn, waar hij op een paar meter van de bal afwacht. De Bruyne en Nainggolan wachten rustig af rond de middencirkel. Ook achterin gaat er van alles mis: Lukaku en Denayer staan keurig op één lijn, maar dan gaan Alderweireld en Meunier plots achteruit lopen.

belgie

 

[blendlebutton]

Dit soort situaties zijn typerend voor de Rode Duivels dit toernooi, terwijl ze het wel degelijk hadden kunnen oplossen. De laatste lijn had in zijn geheel hoog moeten staan en de Belgen hadden de ruimtes kleiner moeten maken: dat betekent dat een middenvelder als Naiggolan het zich niet kan veroorloven nog in de middencirkel te staan.

Wilmots moet ervoor zorgen dat de laatste linie aansluit en dat de spelers het veld klein maken. Natuurlijk kan dit in de uitvoering misgaan, maar bij België keerde dit probleem elke wedstrijd terug, wat er op wijst dat Wilmots het probleem niet eens erkende. Sterker nog, in een interview na de wedstrijd tegen Italië vertelde hij op basis van televisiebeelden dat zijn ploeg compact stond, terwijl de beelden die observatie niet bepaald ondersteunden.

Niet alleen op het gebied van compactheid heeft België deze eindronde steken laten vallen, het gaat om de totale defensieve organisatie. Uit balbezit laat Wilmots zijn elftal 4-4-2 spelen, zoals bijna elk team dat in balbezit 4-2-3-1 speelt. IJsland en Atlético zijn voorbeelden van teams die hun zaken defensief uitstekend voor elkaar hebben in een 4-4-2-formatie. Maar de formatie is niet alles – het gaat immers om de uitvoering. Worden de linies daadwerkelijk kort op elkaar gehouden of krijgen de spelers van de opponent alle tijd en ruimte? En blijven de afzonderlijke linies bij elkaar? Bij België is de uitvoering het grote probleem. Uit balbezit ogen onze zuiderburen soms als los zand. Als de tegenstander de bal verovert is België lang niet altijd in staat om gedisciplineerd om te schakelen naar een compacte 4-4-2-formatie. Daardoor ontstaat het beeld van een ploeg die niet in staat is wedstrijden te controleren, een ploeg die ondanks een voorsprong en uitstekende counters kan verliezen van een team (Wales) dat normaliter geen plan B heeft bij een achterstand.

Dit is ook duidelijk terug te zien als je de schotlocaties van Wales op een rij zet tijdens EK2016. Kijk eens naar de schotlocaties tegen België in vergelijking met de andere wedstrijden – op het zwakke Rusland na land gaf geen land Wales zoveel grote kansen cadeau. Het is bijna gênant om te zien hoeveel schoten nabij het zesmetergebied (rood omlijnd) België toeliet.   

belgie-faal-1

Disbalans

Het is Wilmots aan te rekenen dat hij niet het maximale uit zijn selectie heeft gehaald, maar de teleurstellende prestaties van België hebben ook met blessures, schorsingen en het spelersmateriaal te maken. Zo lopen er in België eigenlijk geen goede vleugelverdedigers rond, wat Wilmots dwong om de centrumverdedigers Jan Vertonghen en Toby Alderweireld als backs in te zetten. Tijdens deze eindronde moest hij teruggrijpen op de onervaren Jordan Lukaku en Thomas Meunier – aanvallend aardig, maar kwam defensief nog weleens in de problemen. Daardoor bleef het schuiven achterin: Ciman rechtsback in de eerste wedstrijd en Vertonghen linksachter waarmee hij het succesvolle Spurs-centrum Vertonghen-Alderweireld uit elkaar moest halen.

Op het middenveld spelen soortgelijke problemen. Nainggolan, Witsel, Dembélé en Fellaini zijn stuk voor stuk goede middenvelders, maar geen een van hen is een echte controleur. Ze hebben alle vier de neiging vooruit te lopen en vergeten de balans nog weleens te bewaken (andere favorieten kenden dit probleem niet –  Frankrijk heeft Kanté, bij Duitsland bewaakt Khedira de balans, Spanje speelde met Busquets en Portugal heeft de beschikking over William Carvalho).

Voorin is er weliswaar een surplus aan topspelers, maar er is geen echte rechtsbuiten. Mertens, Hazard en Carrasco komen het liefst van de linkerkant en presteren niet optimaal op de rechterflank. Al met al had België een topselectie, maar wel eentje die licht uit balans was – een balans die Wilmots niet heeft weten te herstellen.

Te afhankelijk van fouten

Ondanks de lichte disbalans in de selectie kreeg België terecht een favorietenrol voor dit EK toebedeeld. Dat brengt met zich mee dat tegenstanders zich aan je aanpassen, en België kreeg tijdens het EK dan ook met veel defensieve teams te maken. Ploegen als Ierland en Wales zakken massaal in op de eigen helft om de ruimtes klein te maken en vertrouwen op hun organisatie. Een team met de kwaliteiten van België zou in staat moeten zijn om dat soort ploegen kapot te spelen, maar het leek alsof er geen enkel aanvalsplan was. Ze hadden wel de bal, maar daaruit kwamen geen uitgespeelde kansen en ze konden niet door de linies van de tegenstander breken.

Dat heeft alles te maken met het ontbreken van goed positiespel en ingeslepen patronen. Ploegen die goed spelen op dit EK hebben allemaal een uitgesproken stijl; IJsland kiest dit EK bijvoorbeeld steevast voor de lange bal naar Sigthórsson, Italië kiest er vaak voor in te spelen en diep door te bewegen, terwijl Duitsland en Spanje uitgaan van driehoekjes. Het is niet zo dat België driehoekjes moet vormen. Het gaat erom dat er bij België geen idee is zodra het de bal krijgt. Het is geen toeval dat de Belgen zelden scoren na een verzorgde opbouw van achteruit. De doelpunten worden bijna altijd uit counters en afstandsschoten gemaakt.

Daar komt nog bij dat het baltempo van de Belgen soms veel te laag ligt. Dat werd vooral in de eerste helft tegen Ierland duidelijk. Ierland trok zich met het hele elftal terug op eigen helft. De Belgen reageerden niet door de bal snel van voet naar voet te laten gaan; integendeel, de verdedigers schoven elkaar de bal rustig toe.

België kwam pas in z’n element zodra een tegenstander wat ruimte weggaf. Hongarije gaf grote ruimtes weg en werd door België weggespeeld. Toen Ierland in de tweede helft opportunistischer ging spelen, kwam ook België beter in zijn spel. België was met specialisten in de omschakeling, zoals De Bruyne, Lukaku en Hazard wel in staat om fouten van tegenstanders af te straffen, maar niet om fouten af te dwingen.

Ck3BjKcUoAAvuKe.jpg-large

De problemen van België in balbezit kwamen met name in de wedstrijden tegen Italië en Wales tot uitdrukking. België creëerde in die wedstrijden weinig uitgelezen kansen. Als de Belgische equipe er niet in slaagde om via individuele acties bij het doel van de opponent te komen, dan probeerde de formatie van Wilmots het met schoten uit de tweede lijn. Zo werd er tegen Italië liefst dertien keer van buiten het strafschopgebied geschoten – en dat zijn nu eenmaal niet de meest kansrijke schoten.

CmTsjC9XEAEhDGr.jpg-large

Echte bondscoach  

Wilmots heeft gefaald met een van de beste Belgische generaties sinds tijden. Hij heeft weliswaar wat pech gehad met blessures en schorsingen, maar dat is absoluut niet de enige oorzaak voor de Belgische blammage. Wilmots heeft zijn team tactisch gezien niet goed genoeg georganiseerd. Veelzeggend voor zijn tactische tekortkomingen zijn zijn uitspraken over standaardsituaties en automatismen – die kun je volgens de trainer namelijk niet trainen. Er is voldoende bewijs voor het tegendeel.

Als België op het WK 2018 nog iets wil presteren met deze generatie, dan zal er een betere bondscoach moeten komen of de huidige trainer zal zich drastisch moeten verbeteren. De Belgische kranten omschreven het treffend: ‘En nu een echte bondscoach graag.’ Blijft Wilmots zitten, dan zullen onze zuiderburen zich over tien jaar afvragen hoe ze in hemelsnaam deze gouden generatie aan deze bondscoach hebben kunnen verspillen.

[/blendlebutton]

 

About Philip Schreurs