De onsterfelijke voetbalvisie van Cruijff

Johan Cruijff zal, misschien wel boven al het andere dat hij naliet, herinnerd worden om zijn voetbalvisie. Maar terwijl iedereen wel een idee heeft van wat dat inhoudt, is het zelden goed beschreven, laat staan getraind of uitgevoerd. Daarom deden wij, als eerbetoon, een poging om zijn voetbalvisie te omschrijven aan de hand van negen spelprincipes. Lees het hele verhaal in Blendle of door hieronder in te loggen.

Cruyff catenaccio

Johan Cruijff. Illustratie: Barry Masterson

[blendlebutton]

 

De negen spelprincipes van Johan Cruijff.

Met Johan Cruijff is de invloedrijkste persoon in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal overleden. De enorme bijdrage die Cruijff heeft geleverd kun je op allerlei manieren bepleiten; zijn klasse als voetballer, zijn dribbels, techniek, de prijzen die hij won of de onvermoeibare instructies aan andere spelers, zijn eigenwijsheid, de oneliners, of zijn succes als coach. Maar zijn grootste nalatenschap is misschien wel zijn voetbalvisie.

De meest bejubelde trainer van dit moment, Pep Guardiola, beschreef in een schitterend interview het belang van zijn leermeester. Als Spanjaard die werkt bij de Duitse topclub Bayern München kan hij de impact van Cruijff in een internationele context plaatsen. ‘Johan is de invloedrijkste persoon in het Europese voetbal van de laatste vijftig jaar. Geen enkele andere persoon heeft de mentaliteit en de manier van spelen zo veranderd als hij, bij twee indrukwekkende clubs als Ajax en Barcelona. Er is niemand die het voetbal zoveel heeft gegeven, als voetballer én als trainer.’

‘We waarderen hem om zijn titels. Prima, doe maar. Er zijn andere trainers die meer hebben gewonnen dan Johan’, sprak Guardiola over de coach die hem liet debuteren bij Barcelona. ‘Maar zijn erfenis, de manier van spelen die hij heeft uitgedacht… Je komt, je introduceert een idee en je handhaaft dat twintig jaar. Dat kunnen alleen absolute genieën. Het huidige Barcelona, dat de laatste vijftien jaar Europa en de wereld domineert, kun je niet los zien van de komst van Cruijff. Zouden we de huidige speelstijl van Barcelona begrijpen zonder Cruijff? Onmogelijk.’

Toen Guardiola zelf nog bij Barcelona actief was als trainer maakte hij de invloed van Cruijff duidelijk met een metafoor. ‘Cruijff bouwde onze kathedraal. Het is aan ons om die te onderhouden en te renoveren.’ Deze kathedraal, die bestaat uit attractief voetbal met spelers uit de eigen opleiding, bewijst dat Cruijff gelijk had toen hij ooit zei: ‘In zekere zin ben ik waarschijnlijk onsterfelijk’.

Hoewel iedereen een idee heeft bij de inhoud van de voetbalvisie van Cruijff, is deze zelden goed beschreven (laat staan goed getraind of uitgevoerd). Het uitgangspunt van Cruijff was dat voetbal nooit saai mag zijn: ‘’Voetbal is voor het publiek gemaakt. Aanvallen vindt men het leukst om te zien, dus moet je aanvallen’, redeneerde hij. ‘Je hebt zowel kwaliteit als resultaat nodig. Resultaat zonder kwaliteit is saai, kwaliteit zonder resultaat is onzinnig’. Vanuit deze gedachte formuleerde Cruijff verschillende spelprincipes, die initiatiefrijk en attractief voetbal mogelijk maken.

Johan Cruijff bracht dit in de praktijk als speler in het Ajax van de jaren zeventig en het Oranje van 1974, en later was hij ook als trainer vernieuwend. De voetbalvisie van Cruijff werd een synoniem voor de Hollandse School, en Cruijff diens voornaamste protagonist. Hij heeft zijn spelprincipes echter nooit duidelijk op een rij gezet, dus hebben we geprobeerd deze aan zijn vele, soms onbegrijpelijke maar altijd inzichtgevende, uitspraken te ontlenen:

1. Klein houden van het veld

“Als ik de hele tuin moet verdedigen ben ik de slechtste, als ik dit stukje moet verdedigen ben ik de beste; alles heeft te maken met meters, meer niet.”

De basis van de Hollandse School en Cruijff’s visie is het optimaal benutten van ruimtes. Het meest revolutionaire aan het Oranje van 1974 was dat de buitenspelval voor het eerst gehanteerd werd als aanvallend wapen. De achterste linie stormde naar voren, maakte zo de ruimtes voor de tegenstander kleiner en veroverde zo vaak de bal. ‘Voor de goede orde: spelen op buitenspel is een aanvallende actie’, schreef Cruijff daarover in De Telegraaf. ‘Omdat de buitenspelval bepaalt hoe groot het speelveld is.’

Cruijff legde vervolgens de logica achter het zo klein mogelijk maken van de ruimtes wanneer de bal niet in bezit is uit. ‘Het wordt de tegenstander te vaak te gemakkelijk gemaakt. Door twee of drie meter ruimte te geven, lijken ze vaak betere voetballers dan ze in werkelijkheid zijn. Zit je er bovenop, dan blijken ze vaak veel minder goed. Voorkom daarom dat tegenstanders beter worden dan ze eigenlijk zijn.’

In balbezit wordt in feite al voorgesorteerd op het moment van balverlies. Cruijff hamerde altijd op de onderlinge afstanden tussen spelers, die volgens hem vooral in de as nooit te groot mochten zijn. Cruciaal hierbij is het creëren van linies, zodat bij balverlies het elftal als een harmonica in elkaar kan schuiven.

Sinds 1974 is het klein houden van het veld alleen maar belangrijker geworden. Bij internationale coaches is compactheid een toverwoord geworden. Dit spelprincipe van Cruijff is dus actueler en wijdverspreider dan ooit. Uiteraard gebeurt dit met moderne variaties. Waar Cruijff bij Barcelona een centrale verdediger doorschoof naar het middenveld om een 3-4-3 te creëren in balbezit, doet Guardiola iets soortgelijks met zijn backs.

2. Direct druk op de bal zetten bij balverlies

‘Bij balverlies was de spits onze eerste verdediger en die instelling liep door het hele team. Essentieel bij omschakeling.’

Om te kunnen aanvallen is het noodzakelijk om scherp te zijn bij te omschakeling bij balverlies. Cruijff legde uit dat zo voorkomen kon worden het hele elftal terugzakt naar de eigen helft. ‘Er moet op elke plaats in het veld verdedigd worden, dat kost het minste energie want dan moet je niet helemaal terug lopen om een doelpunt te maken.’

Behalve vanuit het oogpunt van het sparen van krachten, zag Cruijff direct pressing geven bij balverlies ook defensief gezien als de juiste strategie. ‘Op die manier hou je de tegenstander in de tang, blijven de ruimtes klein en haal je de diepte uit hun spel.’ Een extra voordeel van het druk geven bij balverlies is dat de tegenstander waarschijnlijk veel inspanning heeft moeten doen om te bal te veroveren en niet goed georganiseerd staat, waardoor het makkelijker is de bal terug te winnen.

In het hedendaagse voetbal luistert deze tactiek naar de naam counterpressing, een breed gedocumenteerd fenomeen: ‘Counterpressing is de beste spelmaker ter wereld’, zei de huidige Liverpool-manager Jürgen Klopp in zijn tijd bij Borussia Dortmund. Pep Guardiola past hetzelfde principe toe bij zijn teams. Dankzij deze tactiek is Bayern dit seizoen op weg om defensieve records te breken.

3. Ruimtes verdedigen in plaats van tegenstanders

‘Als je een speler niet dekt, dan kan hij ook niet uit de dekking lopen.’

Johan Cruijff begreep als trainer dat een ploeg ook kan ageren zonder balbezit te hebben. ‘Je kunt domineren met bal en je kunt domineren zonder bal.’ De enige manier om dat laatste te bewerkstelligen, is door zonedekking te hanteren. Dan moet de tegenstander zich namelijk aanpassen aan jouw positionering. Wanneer dat gecombineerd wordt met het klein houden van het veld en pressing, dan heeft de opponent geen moment rust.

Cruijff had ook nog een persoonlijke reden om te kiezen voor zonedekking. Hij was namelijk een te grote liefhebber om grote spelers een directe bewaker mee te geven. ‘Ik houd van creatieve spelers. (..) Ik zal zo’n speler nooit proberen uit te schakelen door middel van een mandekker. Ik kijk welke spelers hem aanspelen, vervolgens probeer ik dat te verhinderen, waardoor hij geen ballen krijgt. Als hij de helft van de ballen krijgt, heb ik nog maar een half probleem.’

Inmiddels is zonedekking in bijna alle grote competities de standaard. Trainers hebben namelijk ontdekt dat met een goede organisatie een gebrek aan kwaliteit kan worden gecompenseerd. De Eredivisie vormt een uitzondering op deze trend.

4. Diepte voor breedte

‘Een speelstijl waarin de breedtepass onacceptabel is.’

Johan Cruijff was allergisch voor breedtepasses in de opbouw. Hij wilde namelijk dat zijn middellinie op de helft van de tegenstander in balbezit kwam, met het gezicht naar het doel. Om dat voor elkaar te krijgen, ging bij hem de regel op dat diepte altijd voor breedte gaat. ‘Een basisregel is dan om de bal twee linies verder in te spelen. Op die manier speel je automatisch naar de bal toe en van het doel af’, legde hij dit principe eens uit. ‘Vanuit die tweede linie laat je de bal weer een linie terugvallen, waarbij veel spelers achter de bal blijven en tegelijk het spel voor zich hebben.’

Cruijff meende dat dit principe vooral belangrijk was tegen teams die druk proberen te zetten. Wanneer de bal dan in de breedte verplaatst wordt, loop je het risico dat je opgesloten raakt. Door zo snel mogelijk de weg naar voren te kiezen – zonder een blinde lange bal te hanteren – voorkom je dat.

In de laatste decennia is voetbal steeds meer een sport geworden waarin de omschakeling cruciaal is. Teams zijn vaak zo goed georganiseerd dat ze vrijwel alleen direct na het lijden van balverlies kwetsbaar zijn. Op het afgelopen WK gingen gemiddeld nog geen drie passes vooraf aan een doelpunt. Vooral bij balwinst is het derhalve van belang om diepte voor breedte te verkiezen, anders wordt nagelaten om de opponent te verrassen.

5. Bouw op door de as

‘Het probleem begint al met het aanspelen van de backs. Je houdt dan nog een kwart van het veld over. Met die 25 procent moet de back het doen en zodra de tegenstander druk zet, blijft er weinig anders over dan de bal terug op de doelman te spelen.’

Om te kunnen domineren, is het nodig om zoveel mogelijk balbezit te hebben in de as van het veld. Wanneer de veldbezetting goed is, hebben spelers in het centrum immers altijd meerdere afspeelmogelijkheden. Hierdoor wordt het voor tegenstanders lastiger om de opbouw te verstoren.

Johan Cruijff gruwelde er dan ook van als hij zag dat een back de opbouw verzorgde. Hij was van mening dat backs alleen in de aanval ingeschakeld mogen worden en dus niet als de bal achterin was. Als trainer koos Cruijff bij Barcelona met Ronald Koeman en Pep Guardiola voor twee pure voetballers in de as van zijn defensie (iets wat Guardiola ook als trainer overnam). Dit maakte het mogelijk om buitenspelers en spitsen aan te spelen, als zij tussen de linies bewegen. De bedoeling was dat deze aanvallers de bal vervolgens kaatsten naar een middenvelder, die dan het spel voor zich had.

Ook voor dit spelprincipe geldt dat dit in het internationale voetbal inmiddels de norm is. De Duitse voetbalbond (DFB) verdeelt bijvoorbeeld het veld horizontaal in vijf vlakken. De meest centrale strook wordt beschouwd als het meest waardevol: hier kun je alle kanten op en ben je het dichtst bij het doel. Aangezien deze strook echter altijd drukbezet is, heb je ook weinig tijd om keuzes te maken. Dus gaat veel aandacht uit naar de zogenoemde halfspaces. Ook deze stroken liggen redelijk centraal, maar het is er minder druk en bovendien is er de mogelijkheid tot het geven van een diagonale pass die lastig te verdedigen is. Pep Guardiola haalt allerlei trucs uit de kast om het centrum te domineren. Dat doet hij soms in de door Cruijff geliefde 4-1-4-1-formatie, maar de Catalaan heeft ook successen geboekt met andere varianten.

6. Derde man en driehoekjes

‘Dit heeft ook niets met positiespel te maken. Omdat de derde man niet aangespeeld kan worden. Dus zie je in de eredivisie zomaar dertig terugspeelballen per wedstrijd.’

Als Johan Cruijff praatte over positiespel, dan ging het vaak over driehoekjes en het creëren van de derde man. De theorie achter het creëren van driehoekjes op het veld is simpel: de veldbezetting van een team was in de ogen van Cruijff optimaal als spelers altijd twee afspeelmogelijkheden hebben.

De zogenoemde derde man is een gevolg van het samenkomen van verschillende driehoekjes op het veld. De derde man is de speler die gaat bewegen op het moment dat twee teamgenoten een combinatie opzetten. Dit blijkt in de praktijk lastig te verdedigen, aangezien de opponent vaak zijn aandacht focust op het bewegende duo. In plaats van een één-twee aan te gaan, kan de tegenstander verrast worden door de lopende derde man aan te spelen.

Dat Cruijff vaak pleitte voor het spelen van 4-3-3 is een gevolg van het spelprincipe dat hij driehoekjes wilde zien op het veld en geen doel op zich. ‘Vier achter en vier op het middenveld kan nooit functioneren. Je driehoeken vallen weg. Je moet altijd driehoeken hebben, want alleen dan heb je constant twee afspeelmogelijkheden.’

Voor teams die die bal willen hebben, is het creëren van driehoekjes nog steeds cruciaal. Succesvolle coaches als Thomas Tüchel, Pep Guardiola, Luis Enrique, Louis van Gaal, Marcelo Bielsa en Jorge Sampaoli onderstrepen allemaal het belang ervan.

7. Creëren van één-tegen-één

‘Als mijn aanvaller één-tegen-één komt zeg ik altijd: “Laat het hem lekker uitzoeken.’ Dan zeggen de spelers: “We kunnen hem toch helpen?” Mijn antwoord is dan: ten eerste is de kans groot dat je in de weg loopt en bovendien trek je als tweede aanvaller een tweede verdediger mee en twee tegen twee is moeilijker dan één-tegen-één.’

Voor Johan Cruijff was het creëren van één-tegen-één-situaties een belangrijk aanvallend wapen. De voormalig nummer veertien ging uit van een team waarin de voorhoede over exceptionele kwaliteiten beschikt. Het doel van het positiespel is dan ook om deze spelers hun individuele actie te laten maken, zodat er overtalsituaties gecreëerd worden in gevaarlijke posities.

Cruijff zag te vaak teams waarin dit principe niet begrepen werd. ‘Nu komt Robben in balbezit en bewegen de rechtsback en spits naar hem toe. In plaats van een 1-tegen-1-situatie wordt het 3-tegen-3 en is het voordeel weg.’ Dit spelprincipe gaat ook op in de andere richting: wanneer een aanvaller in een één-tegen-één gebracht kan worden, moet hij aangespeeld worden in plaats van dat de bal eerst breed gaat.

Volgens Pep Guardiola gaat dit spelprincipe in alle teamsporten op. ‘Het geheim is om een overtal te creëren aan één kant van het veld, zodat de tegenstander moet kantelen om defensief niet te kwetsbaar te worden. Door een overtal te creëren, lok je ze die kant op en vervolgens kun je ze aan de andere kant treffen.’

8. Positiewisselingen

‘Zet er één in de spits, maak er een tutti frutti van.’

Een ander belangrijk spelprincipe van Johan Cruijff was het creëren en profiteren van operationele ruimtes. Dit idee van Cruijff ontstond al in zijn actieve carrière, toen hij als spits steeds meer over het veld ging zwerven om zich te ontdoen van mandekkers. Dit leidde ertoe dat in de punt van de aanval een operationele ruimte ontstond. Andere spelers zoals Piet Keizer, John Rep en Johan Neeskens profiteerden hiervan door om beurten in de spits op te duiken en zo verwarring te veroorzaken.

Het wisselen van posities en spelen met ruimtes zijn goede manieren om een goed georganiseerde tegenstander te ontregelen. Dit is tevens de belangrijkste gedachte achter Totaalvoetbal: als de linksbuiten ook kan verdedigen en de linksback kan aanvallen, dan kunnen zij afhankelijk van de situatie van positie wisselen. Dit vergt veel voetbalintelligentie bij de spelers, maar leidt bij een goede uitvoering tot een flexibel en lastig te bespelen geheel.

In het hedendaagse voetbal is Universality – vrij vertaald multifunctionaliteit – een kernbegrip. Van spelers wordt verwacht dat ze over de kwaliteiten beschikken om op meerdere posities en in meerdere rollen uit de voeten te kunnen. Het is een ontwikkeling die in de jaren tachtig al voorspeld werd door toenmalig AC Milan-trainer Arrigo Sacchi: ‘Het voetbal zal veranderen in een spel dat steeds meer bestaat uit één groot middenveld.’ Wat de Italiaan bedoelde: de ruimtes zullen steeds kleiner worden, dus is er steeds minder ruimte voor specialisten. De spelmaker die niet meeverdedigt, de buitenspeler met het krijt aan de schoenen, de balletjesafwachter in de spits en de houthakker achterin: ze worden met uitsterven bedreigd.

Voetbal is een spel geworden dat in steeds kleine ruimtes gespeeld wordt, dus zijn positiewisselingen en het spelen met operationele ruimtes belangrijker dan ooit. Vrijwel ieder topteam heeft dit soort varianten. Kijk bijvoorbeeld alleen al naar middenvelders die aan de zijkant worden geposteerd om een overtal te creëren in het centrum. Dit soort tactische trucs zijn tegenwoordig eerder regel dan uitzondering.

9. Profiteer van zwaktes

‘Vind de zwakke plek van je tegenstander en je hebt gewonnen.’

Het negende en laatste spelprincipe van Johan Cruijff was het profiteren van zwaktes bij de tegenstander, door middel van tactische aanpassingen. ‘Het moeilijke van een makkelijke wedstrijd is om een zwakke tegenstander slecht te laten voetballen’, zo verwoordde Cruijff dat ooit.

De Hollandse School is uitgaan van eigen kracht, maar ook aanpassingen doen om het aanvallende rendement te verhogen. Cruijff verklaarde in gesprek met Het Parool: ‘Ik ben de straatvoetbalcoach. Ik probeer elk voordeeltje uit te buiten.’ Een fameuze truc van Cruijff was om een type als Michael Laudrup in de spits te zetten en zo de mandekkers te laten ‘zwemmen’.

Guardiola heeft dit principe van zijn leermeester naar een hoger niveau getrokkken. Voor hem is dit nu de kern van zijn vak. ‘Ik ga zitten, kijk video’s en maak aantekeningen. Dat is wanneer het moment van inspiratie komt’, aldus de Spanjaard in het briljante boek Pep Confidential. ‘Dan weet ik ineens zeker dat ik het heb, dat ik weet hoe we gaan winnen. Dat is het moment dat mijn beroep zin geeft.’

Onsterfelijk

In Nederland zijn er tegenwoordig bijna geen teams meer te vinden die de principes van Cruijff trainbaar en uitvoerbaar maken. Zijn liefde Ajax hanteert slechts een paar van zijn principes. Het spel van Vitesse kwam nog het dichtst in de buurt, maar de vraag is of dat zo blijft nu Peter Bosz is vertrokken. Oranje hanteert onder Blind zelfs niet één van de spelprincipes van de legendarische nummer 14. Zelfs toen Oranje nog 4-3-3 speelde met de focus op balbezit, stond het spel mijlenver af van het voetbal dat Johan Cruijff voor ogen had.

Wie de spelprincipes van Cruijff in de praktijk wil zien, moet uitwijken naar het buitenland. Daar hebben coaches als Thomas Tüchel (Borussia Dortmund), Jorge Sampaoli (Chili), Michael Laudrup (clubloos) en Pep Guardiola (Bayern München) met moderne interpretaties van zijn visie nog steeds succes. Het zijn dit soort trainers die het gedachtegoed van Cruijff eren, onderhouden en waar nodig renoveren.

En dat is hoe Johan in zekere zin onsterfelijk blijft.

En Vincent zag het koren,

en Einstein het getal,

en Zeppelin de zeppelin,

en Johan zag de bal

  • Toon Hermans

De quotes van Johan Cruijff zijn afkomstig uit zijn columns in De Telegraaf, zijn analyses bij de NOS, zijn boek ‘Voetbal’ en boeken met verzamelde quotes van Cruijff, zoals ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt’ en ‘Johan Cruijff uitspraken.’

[/blendlebutton]

 

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter